Van Dalsum brengt met het masker-experiment Vrouwe Emers grote strijd voor het eerst in Nederland expressionistisch toneel, een totaal onbekend verschijnsel, dat een nationale commotie teweeg brengt. 1 Bovendien is de voorstelling een wereldpremière, want het stuk van Yeats over de mythische held Cuchulain is nog nooit opgevoerd. In Vrouwe Emer  vechten Cuchulain's vrouw Emer en de zeegodin Fand van het Sidhe volk om zijn liefde.

 

The only jealousy of Emer berust op een verhaal uit de Keltische mythologie. Voor de komst der mensen, werd Ierland bewoond door een godenvolk; de mens kwam en verdrong hen. Zij verdwenen en leefden voort in een rijk onder de golven. Maar soms komt een van deze onsterfelijken terug onder de mensen, om hen te verderven, om hen van aardse liefde te vervreemden, om te lokken met de roep der onsterfelijkheid. Cuchulain, de held van dit oude verhaal, verlaat voor zulk een onsterfelijke zijn vrouw Emer en zijn minnares Eithne Inguba, tot hij door de trouw van Emer uit de ban van deze onsterfelijkheid verlost wordt. De botsing van deze aardse elementen, van de man en de vrouw met het onsterfelijke wezen, is de inhoud van dit kleine drama. 3

 

g-s_t6A1

Vrouwe Emers grote strijd 1922, links Lili Green en Van Dalsum als de geest van Cuchulain, rechts Sara Heyblom en Van Dalsum. Foto Verenigde fotobureaux, bron Theaterencyclopedie

 

"In 1919 publiceerde W. B. Yeats Two plays for dancers: The only jealousy of Emer en The dreaming of Bones. Hij schreef deze stukken met de bedoeling meer kijk te krijgen op de dramatische werking van het masker [zoals in het Japanse No theater]. Hij wilde bijvoorbeeld dat de acteur, die zowel ‘heros’ als ‘demon’ moest uitbeelden, òp het toneel van masker zou wisselen. Masker en kleding moesten de actrice die de Sidhe-vrouw speelde, meer op een ‘idol’ doen lijken dan op een ‘human being’. Het experiment betrof niet alleen het masker, maar ook de voor dit spel vereiste dans. De acteurs en actrices moesten hun dans zelf op het spoor komen. Het mocht geen bestaande dans zijn, en in verband met het kleine toeschouwersaantal waarvoor het stuk gespeeld moest worden, dacht Yeats aan marionetachtige, maar vooral ingehouden bewegingen. Deze opvattingen moesten Van Dalsum wel bekoren, want in 1916 [Kunst is levensbesef] had hij al geschreven dat de dans zou kunnen bijdragen tot vernieuwing van het toneel en in 1921 [De Griekse tragedie] voegde hij daar het gebruik van maskers aan toe" (Plekker 1983).

 

g-s_t6A2

Vrouwe Emers grote strijd 1926. links Hans van Meerten en Lili Green, rechts Sara Heyblom en Louise Kooiman. Foto Verenigde fotobureaux, bron Theaterencyclopedie

 

Het Masker was bij de primitieve volken, die het bij hun religieuze dansen en verrichtingen gebruikten, de scheppingsdaad van hun kosmisch gevoelsleven, van hun verhouding tot alles wat de mens bedreigt en beroert, een zelf-verlossing en een zelf-verdediging, een bevrijding van de angst voor het ongrijpbare en bovenmenselijke. Maar de primitieve volken stonden hulpeloos tegenover alle wonderen en verschijnselen van de natuur, zij hadden die bescherming en verdediging nódig. Bij ons, die de ogen en de harten van het geestelijke tot het materiële hebben gewend, voor wie de natuur louter een object van wetenschap is geworden als zovele andere zaken, bij ons moet het Masker de aanleiding zijn om terug te keren tot het kosmisch gevoelsleven. 4

 

g-s_t6C

Vrouwe Emers grote strijd 1926. Zittend met de maskers van Hildo Krop v.l.n.r. Sara Heyblom, Louise Kooiman en Willy Haak, staand de componist Alex de Jong, de acteur Hans van Meerten en Albert van Dalsum. Foto Verenigde Fotobureaux

 

Van Dalsum regisseert en speelt Cuchulain. Acteurs zijn Hans van Meerten, Louise Kooiman, Willy Haak, Sara Heyblom en Lili Green, met choreografie van de laatste. Kostuums van Frans Huysmans en maskers van de beeldhouwer Hildo Krop. De muziek is gecomponeerd door Alex de Jong en wordt uitgevoerd door pianist Alex Voormolen met een koor van drie zangers.  5  De première is 2 april 1922 in de Hollandse Schouwburg in Amsterdam. De opvoering is een gebeurtenis. In de Haagse Ridderzaal is 'de crème de la crème aanwezig' (Heyblom 1978). Alle kranten sturen verslaggevers. De meningen zijn verdeeld, maar welwillend. Het Algemeen Handelsblad constateert dat het artistieke publiek niet verder komt dan verwonderd toekijken. Van Dalsum c.s. spelen het stuk ook in 1924 en 1926. De commotie gaat door. Er volgen discussies in tijdschriften en kranten en de spelers geven overal toelichtingen. De maskers en kostuums worden tentoongesteld in Nederland en Engeland. Krop leent zijn maskers uit aan Yeats, die er zo door geïnspireerd wordt, dat hij het stuk herschrijft voor een groter publiek.

 

  1. Hij voerde drie jaar eerder, ook voor het eerst in Nederland, een expressionistisch stuk op met leerlingen van de toneelschool (zie 1919), maar die voorstelling was besloten.
  2. De Ierse mystieke dichter William Butler Yeats kreeg in 1923 de Nobelprijs voor literatuur, maar was in 1922 nog zo goed als onbekend in Nederland. Volgens de schrijver A. den Doolaard werd Van Dalsum door de dichter Adriaan Roland Holst op het stuk gewezen (Plekker 1983).
  3. Toelichting van Van Dalsum in Het Masker 1923. The only jalousy of Emer staat integraal op het internet.
  4. Inleiding door Van Dalsum en Simon Koster in Het Masker januari 1922.
  5. De uitvoerenden en waarschijnlijk ook de vertaalster Hélène Swarth deelden gezamenlijk de kosten en baten. Hans van Meerten, Louise Kooiman en Sara Heijblom zijn collegae Haghespelers. Eduard Verkade stond genereus deze opvoering buiten de Haghespelers toe. Van Dalsum leerde Lili Green kennen bij Royaard's voorstelling van Een midzomernachtdroom, waarin ze de elfen choreografeerde. De bevriende Bergense School schilder Frans Huysmans is een broer van Willem Huysmans, met wie Van Dalsum speelde bij Het Groot Toneel (zie 1918).

  Terug