Van Dalsum, Defresne en Sternheim komen weer bij elkaar en krijgen de leiding van de START, het eerste gesubsidieerde gezelschap na de oorlog. Daarna richten ze het Amsterdams Toneelgezelschap (ATG) op. Van Dalsum herstelt de Gijsbreght-traditie en speelt onnavolgbaar groots rollen als Rabbi Gamaliël, Richard III en een onvergetelijke Koning Lear. De ondergang van deze eens zo machtige koning is symbolisch voor het verval van het ATG, dat hierna inzet.
Na de oorlog wordt een aanvang gemaakt met de toneelhervorming, die o.a. door Defresne en Van Dalsum tijdens de oorlog was voorbereid. Het toneel in Amsterdam en Rotterdam wordt eerst op poten gezet met de START, waarin acteurs zitten die geen lid waren van de kultuurkamer. In de eerste vijf jaar, die nog in het teken van de oorlog staan, boeken Van Dalsum en Defresne grote successen. Het publiek heeft een enorme toneelhonger. De eerste Gijsbreght is een historische gebeurtenis. Maar de oorlog heeft de tijd definief veranderd. De kentering begint met de opstand der jongeren bij het ATG en Comedia. Bij het ATG krijgen ze te weinig kansen. Ook het jonge publiek, gesteund door een deel van de pers, vindt het repertoire te somber en begint weg te blijven, wat het einde van het tijdperk Van Dalsum-Defresne betekent. Hun plaats wordt ingenomen door de Nederlandse Comedie. In zijn boekje (1954) over het toneel van 1945 tot 1953 concludeert Johan van der Woude: "Zonder het werk van andere gezelschappen tekort te doen, kan men zeggen dat deze periode voor een belangrijk deel gevormd werd, zoal niet haar kenmerk ontving van het driemanschap Albert van Dalsum, A. Defresne en Jo Sternheim".
1945, 56 jaar. Centrale coördinatie van het toneel, de START o.l.v. Van Dalsum, Defresne en Sternheim, De schending van Lucretia
De START en De schending van Lucretia
1946, 57 jaar. Een historische Gijsbreght, Paulus onder de Joden ven en werk.
Paulus onder de Joden (regie Defresne) is een legendarische voorstelling. Over Van Dalsum als rabbi Gamaliël zegt actrice Marie Hamel "Hier stond niet een acteur die zo maar een Jood speelde of een Joodse melodie zong, het was de synthese van de Joodse ziel die hij vertolkte." Acteur Egbert van Paridon: "Opeens wist ik weer waarom ik er altijd van had gedroomd bij hem toneel te mogen spelen", en Willy Pos 1971: "Als het waar is dat iedere toneelkunstenaar slechts ééns in zijn leven waarlijk ‘de rol van zijn leven’ speelt, dan heeft zich in de rol van Gamaliël, dat wonder, die muzische genade voltrokken", en Simon Carmiggelt: "Waar is het tweede ensemble dat zoiets grootscheeps voor ons neerzet?" Van Dalsum wordt bevorderd tot officier van Oranje Nassau.
De zingende en dansende rabbi in Paulus onder de Joden
1947, 58 jaar. Driekoningenavond, Alkestis, School der dapperen, het Amsterdams Toneel Gezelschap o.l.v. Van Dalsum, Defresne en Sternheim, Richard III
De Waarheid over Alkestis van Euripides (regie Saalborn, muziek Jo Juda): "Van Dalsum als Heracles in zijn dronkemansscène vertoonde een stuk dans- en toneelspel, zo bezield en adembenemend dat men daarom alleen deze voorstelling zou moeten zien". In School der dapperen gaan Amerikaanse soldaten op missie in een oerwoud vol Japanse sluipschutters. Het publiek griezelt in grote getale mee, maar sommige critici vinden dat het nu maar eens afgelopen moet zijn met die oorlog.
De START wordt ontbonden, omdat de landelijke gecoördineerde toneelspreiding o.l.v. dr. Ben Hunnigher een aanvang neemt. Van Dalsum, Defresne en Sternheim houden de leiding in Amsterdam en richten het Amsterdams Toneelgezelschap (ATG) op. De rijkssubsidie wordt verdeeld onder het ATG, Het Rotterdams Toneel (Arnoldi en Storm) en het Haags Residentietoneel (Laseur). Het ATG opent met Richard III van Shakespeare in een nieuwe vertaling van Adriaan Roland Holst en regie van Defresne, met de waarschuwing: hoedt u voor wezens als Richard en Hitler, ze zijn dood maar niet uitgestorven! De voorstelling met Van Dalsum in zijn glansrol als de sinistere Richard is een gebeurtenis, maar "de kritiek schonk vóór alles aandacht aan de ruimtelijke en picturale verdiensten van de voorstelling, die in de decors van Van Dalsum en de kostuums van Marie Sternheim grote indruk maakten" (Pos 1971).
De gebochelde Richard, het kwaad in persoon, met de monumentale hoofdrol en decorsvan Van Dalsum
1948, 59 jaar. Doden zonder graf, een onvergetelijke Koning Lear
Doden zonder graf en Van Dalsum's repliek op een open brief
Defresne (regie) en Van Dalsum, beiden in de volle rijpheid van hun kunstenaarsschap, stuwen elkaar en het hele ATG naar een ongekende hoogte (Pos 1971) in Shakespeare's donkere, uiterst veeleisende meesterwerk Koning Lear. Een rol die ik altijd heb willen spelen. Ik heb dat echter lang uitgesteld, omdat de tragedie van Koning Lear de tragedie is van de mens die niet oud wil worden. Ik voel het probleem thans aan. Van Dalsum speelt Lear diep menselijk, onvergetelijk indrukwekkend, niet te evenaren groots. Dat zeggen niet alleen het publiek en de critici, maar ook de acteurs die in deze voorstelling naast hem staan.
1949, 60 jaar. Een katholieke Gijsbrecht, 40jarig toneeljubileum met Moord in de kathedraal, opstand der jongeren
Misverstand rondom de Gijsbreght
Van Dalsum jubileert met De moord in de kathedraal van T.S. Eliott. "De preek van Becket sprak Van Dalsum uit met een innigheid, welke een aanwijzing mag zijn, met de reeds bereikte versobering van zijn regie, dat deze meester van het toneel zich meer en meer gaat verinnerlijken". De koningin bezoekt de voorstelling, hij wordt geridderd en minister-president Drees is bij de première in Amsterdam. Na afloop wordt hij gehuldigd door tal van acteurs en dragen studenten hem temidden van een duizendkoppige menigte in een triomfale fakkeloptocht over het Leidseplein.
40jarig toneeljubileum met Moord in de kathedraal
Bij al deze roem onderschatten Van Dalsum en Defresne dat hun positie en toneelgezelschap gevaar loopt. De naweeën van de oorlog zijn voorbij en de nieuwe generatie publiek, critici en acteurs willen een nieuw geluid. Jonge acteurs willen zo langzamerhand een vinger in de pap. Ze rebelleren bij het ATG tegen de starre houding van Defresne en bij Comedia tegen hun leider Guus Hermus. Van Paridon 1998 over het ATG: "Ons was duidelijk dat we onze eigen boontjes moesten doppen. Aan de jongeren bij het gezelschap werd totaal geen aandacht besteed. Niet alleen het gezelschap werd gedomineerd door oudere acteurs, ook het publiek vergrijsde. De jongere mensen begonnen weg te blijven". Bij Comedia heeft zich een groep gevormd rond Han Bentz van den Berg, Guus Oster en de ervaren regisseur Johan de Meester jr., die een poging doet de Stadsschouwburg te veroveren. Tevergeefs, maar ze brengen met hun luchtiger speeltrant en modern Amerikaans repertoire een nieuw geluid, dat succes en symphatie heeft.
De dood van een handelsreiziger is hèt toneelevenement in het voorjaar van 1950 wegens het (nu klassieke) stuk, dat Arthur Miller in 1949 schreef, en de bijzonderheid dat het zowel door het ATG in regie van Van Dalsum als door Comedia in regie van Johan de Meester wordt opgevoerd. Bij De Meester is de mislukte handelsreiziger een Amerikaan, bij Van Dalsum de tragische kleine man.
De dood van een handelsreiziger
Voor Cas Baas, Egbert van Paridon en Wim Vesseur komt dit allemaal te laat. Zij verlaten het ATG en beginnen voor zichzelf met de Toneelgroep Puck ('Van en voor jonge mensen'), waaruit later Toneelgroep Centrum voortkomt. De naam Puck is ontleend aan Een midzomernachtsdroom, die Van Dalsum in 1949 regisseerde (choreografie Do van Dalsum). Bentz van den Berg, Oster en regisseur De Meester richten de Nederlandse Comedie op, die ongesubsidieerd met een sterke ploeg acteurs een vliegende start maakt met onder andere Othello (vertaald als Leer om Leer). Ook het ATG brengt Shakespeare. Van Dalsum regisseert De getemde feeks waarvoor hij een op Giotto geïnspireerd decor ontwerpt.
Decorontwerp voor De getemde feeks
Wegens de honderdste geboortedag van August Strindberg regisseert Defresne Strindberg's Dodendans, waarin Van Dalsum en Charlotte Köhler magistraal de verbitterde echtgenoten spelen, die in hun haat-liefde relatie niet met en niet zonder elkaar kunnen.
1951, 62 jaar. Jubileumvoorstellingen, eerste TVuitzending met De toverspiegel, twee eenacters, toenemende kritiek op het ATG
Defresne regisseert twee eenacters. Van Dalsum identificeert zich met de tragische leraar in Met eervol ontslag en speelt in Droom der gevangenen een soldaat, die zich identificeert met God.
Met eervol ontslag en Droom der gevangenen
Hij ontwerpt een prachtig decor voor Gelieve deze dame niet te branden van Christopher Fry, maar zijn opvoering van Het hart vol sintels van Obey valt slecht. Het ATG krijgt steeds meer kritiek. Men vindt dat het repertoire te somber, te zwaar en te ouderwets is, de stijl niet langer inspirerend en dat het ATG nu lang genoeg de dienst heeft uitgemaakt in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Defresne doet dat af als 'theaterpolitiek'.
Het decorontwerp voor Gelieve deze dame niet te branden en Het hart vol Sintels
1952, 63 jaar. Van Dalsum, Defresne en Sternheim besluiten de leiding van het ATG neer te leggen, Driekoningenavond, Venetië, † Cor Ruys Ze besluiten hun laatste seizoen af te maken met enkele nieuwe stukken en reprises. De eerste reprise is Driekoningenavond, waarin Van Dalsum (regie en decor) Jonker Tobias speelt, "slechts gegeven aan een zeer groot kunstenaar, zoals er niet veel op de wereld rondlopen".
Van Dalsum vertegenwoordigt met zijn vriend Anton van Duinkerken Nederland op het internationale congres 'De scheppende Kunstenaar in de moderne maatschappij' in het Dogenpaleis in Venetië, een welkome afleiding in dit moeilijke jaar. Daar verneemt hij geschokt dat de grote acteur Cor Ruys, zijn schoolkameraad van de HBS (zie 1901), op 63jarige leeftijd is overleden. Het raakt me persoonlijk nog veel dieper dan het verlies van de acteur voor Nederland. Hij vindt het congres meer een show, maar de stad een wonder en schildert vanuit het Amstelhotel in het kwadraat de gondels voor het Lido.
Venetië en andere schilderijen uit de periode 1945 - 1953
1953, 64 jaar. Laatste Gijsbreght, zwanenzang Koning Lear, opheffing ATG
Het driemanschap treedt nog één maal gezamenlijk op met een indrukwekkende reprise van Koning Lear (zie 1948). De ondergang van deze eens zo machtige koning is symbolisch voor het einde van Van Dalsum's leiderschap. "Wat Van Dalsum bij het scheiden van de markt heeft getoond, was zo subliem (en eindelijk gelukkig door de velen als zodanig erkend!) dat men het betreurt, dat deze schokkende kunstgebeurtenis niet voor het nageslacht is te bestendigen. Mogen wij, toeschouwers, slechts hopen, dat wij in andere omgeving nog eens zullen kunnen genieten van het zingen van de niet voldoend erkende kunstenaar Van Dalsum in vreemde kooi!" (Jeanne van Schaik-Willing, De Groene Amsterdammer 28 feb. 1953). Hierna regisseert hij zijn laatste voorstelling bij het ATG, die het niet goed doet wegens het wederom zwakke, religieus getinte stuk. Maar het decor wordt unaniem geprezen. Zijn schetsen, ontwerp en regieboek illustreren zijn werkwijze.
Beau sang, de samenhang van decorontwerp en regie
Het Amsterdams Toneelgezelschap wordt ontbonden. Met opgeheven hoofd staat het driemanschap zijn plaats af aan de Nederlandse Comedie. We hebben het stof van onze voeten geschud en zijn vertrokken. Bij een veiling van de kostuums brengt het 'haveloze pak van Koning Lear' drie gulden op. Het tijdperk Van Dalsum - Defresne (1929 - 1953) is voorbij.
|